Wat betekent het vernieuwde ANBI beleid voor jou?
De 90%-regel wordt vaak verkeerd begrepenHet vernieuwde ANBI-besluit vraagt van vermogensfondsen iets wat direct doorwerkt op ons werk als fondsenwervers. Maar het raakt niet alleen fondsen. Ook stichtingen en verenigingen met een ANBI-status krijgen te maken met aangescherpte regels.
Afgelopen zomer publiceerde het ministerie van Financiën een nieuw Besluit ANBI. De regels voor goede doelen zijn op een aantal punten verduidelijkt en aangescherpt. Dat klinkt als iets voor juristen en accountants, maar het raakt ons vak direct. Want als de spelregels veranderen voor zowel de gevers als de ontvangers, verandert het hele speelveld.
1. De onderbouwingsplicht raakt ook jouw aanvraag
Het nieuwe besluit maakt het bestedingscriterium concreter. Organisaties met een ANBI-status mogen niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is. Dat was al de regel, maar nu moet de onderbouwing er ook daadwerkelijk liggen.
Voor vermogensfondsen betekent dat: reserves koppelen aan concrete projecten met een tijdspad van in principe twee jaar, en een continuïteitsreserve van maximaal anderhalf keer de gemiddelde jaarlijkse kosten.
Dezelfde norm geldt overigens ook als je een stichting of vereniging bent die zelf activiteiten uitvoert. Houd je als dorpshuis, sportvereniging of zorgstichting meer vermogen aan dan je kunt onderbouwen? Dan kan de Belastingdienst daar vragen over stellen. Zorg dus dat je beleidsplan helder maakt waarom je reserves aanhoudt en waar ze voor bedoeld zijn.
Er is geen verplicht uitkeringspercentage. Wel een open norm die onderbouwing vereist.
2. De 90%-regel wordt vaak verkeerd begrepen
Dit is een hardnekkig misverstand. De 90%-regel verplicht organisaties niet om 90% van hun rendement of vermogen uit te keren. Het gaat om het algemeen nut-vereiste: minstens 90% van wat een ANBI doet en besteedt, moet gericht zijn op het algemeen belang. Het zegt iets over de aard van de bestedingen, niet over hoeveel er jaarlijks uitgekeerd moet worden.
Bij vermogensfondsen is dat percentage in de praktijk vrijwel altijd 100%. Maar ook voor uitvoerende stichtingen en verenigingen is deze toets relevant. Het besluit verduidelijkt namelijk wanneer activiteiten als commercieel worden beschouwd. Een stichting die al haar activiteiten tegen marktconforme tarieven aanbiedt, kan in de knel komen met het algemeen nut-vereiste, ook als de opbrengsten volledig terugvloeien naar het doel.
3. Meer transparantie wordt de norm
Alle ANBI’s moeten hun gegevens straks aanleveren via een centraal digitaal portaal van de Belastingdienst. Die informatie wordt openbaar. De wetgeving is voorzien per 2026, de portalen zelf worden naar verwachting operationeel rond 2029-2030.
Daarnaast treedt per 2026 de Wet transparantie maatschappelijke organisaties (Wtmo) in werking: stichtingen die dat eerder niet hoefden, moeten dan hun financiële gegevens deponeren bij de KvK. Juist kleinere stichtingen die tot nu toe weinig publicatieverplichtingen hadden, merken daar iets van.
Wat kun je nu al doen?
Fondsen hebben meer dan ooit behoefte aan aanvragers die hun werk makkelijker maken. Een begroting waar de besteding aan het doel direct zichtbaar is, een realistisch tijdspad met concrete mijlpalen. En juist de verantwoording achteraf maakt het verschil. Een eindverantwoording die aansluit bij wat het fonds nodig heeft voor zijn eigen administratie, laat zien dat je het hele traject serieus neemt.
Ben je zelf een stichting of vereniging? Pak dan je beleidsplan erbij, toets je reserves aan de nieuwe normen en breng je financiële administratie op orde. Liever nu dan wanneer het publicatieportaal live gaat.
