Zo geeft Nederland: wat deze cijfers betekenen voor fondsenwerving

In 2024 werd 5,49 miljard euro gedoneerd aan goede doelen: waar dat geld vandaan komt

In 2024 werd in Nederland in totaal 5,49 miljard euro gedoneerd aan goede doelen. Dat is 0,54% van het bruto binnenlands product. Deze cijfers komen uit het tweejaarlijkse onderzoek Geven in Nederland 2026, het meest uitgebreide overzicht van filantropie in ons land.

Die 5,49 miljard euro komt van vijf bronnen: huishoudens, nalatenschappen, fondsen, bedrijven en loterijen. Voor stichtingen en verenigingen die fondsen werven voor hun projecten, bieden deze cijfers waardevolle inzichten. Waar komt het geld vandaan? Welke trends zijn relevant? En wat betekent dit concreet voor organisaties die afhankelijk zijn van externe financiering?

Vijf bronnen, vijf verschillende terreinen

Opvallend is dat elke bron van filantropie een eigen maatschappelijk terrein domineert. Dat maakt het voor fondsenwervende organisaties belangrijk om te weten welke financieringsbronnen het beste aansluiten bij hun werkterrein.

BronDominerend terrein
HuishoudensReligie en levensbeschouwing
NalatenschappenGezondheid (incl. medisch onderzoek)
Fondsenwervende organisaties & hybride fondsenInternationale hulp
VermogensfondsenMaatschappelijke en sociale doelen
BedrijvenSport en recreatie
LoterijenMaatschappelijke en sociale doelen

Bron: Geven in Nederland 2026

Internationale hulp en maatschappelijke & sociale doelen staan zowel bij fondsenwervende organisaties als bij vermogensfondsen in de top 3, gevolgd door milieu, natuur & dieren.

Het verschil tussen vermogensfondsen en fondsenwervende organisaties

In de wereld van fondsen bestaan twee fundamenteel verschillende typen:

Fondsenwervende organisaties zijn goededoelenorganisaties die zelf actief geld ophalen bij het publiek, bedrijven of overheden. Denk aan organisaties als het Rode Kruis of KWF Kankerbestrijding. Zij zetten het opgehaalde geld in voor hun doelstellingen. In 2024 bedroegen hun doelbestedingen 5,8 miljard euro. Slechts een klein deel daarvan, 51 miljoen euro (minder dan 1%), werd gefinancierd uit opbrengsten van eigen vermogen.

Vermogensfondsen werken anders. Zij beschikken over eigen vermogen en financieren vanuit de opbrengsten daarvan projecten en organisaties. Zij werven dus niet actief bij het publiek, maar verstrekken juist middelen aan andere organisaties. In 2024 bedroegen hun doelbestedingen bijna 1,3 miljard euro, waarvan 259 miljoen euro (21%) uit vermogensopbrengsten werd gefinancierd.

Voor stichtingen en verenigingen die geld zoeken voor hun projecten zijn vermogensfondsen vaak een directe financieringsbron: zij kunnen daar een aanvraag indienen. Fondsenwervende organisaties zijn dat doorgaans niet, omdat zij zelf fondsenwervers zijn.

Fondsenwervende organisatiesVermogensfondsen
Doelbestedingen 2024€ 5,8 miljard€ 1,3 miljard
Waarvan uit vermogen€ 51 miljoen (< 1%)€ 259 miljoen (21%)
WerkwijzeWerven (voornamelijk) actief geld bij publiekVerstrekken (grotendeels) uit eigen vermogen
Relevantie voor aanvragersZelf fondsenwerversDirecte financieringsbron

Samen besteedden beide typen bijna 7,1 miljard euro aan hun doelen, waarvan 310 miljoen uit vermogensopbrengsten.

Bron: Geven in Nederland 2026

Vermogensfondsen: veel geld bij een klein aantal partijen

In 2024 bedroegen de doelbestedingen van vermogensfondsen bijna € 1,3 miljard. Opvallend is de sterke concentratie binnen de vermogensfondsen. De grootste groep fondsen heeft een doelbestedingsbudget tussen de 1 miljoen en 5 miljoen euro, goed voor 11% van het totaal. Maar de tien grootste vermogensfondsen, elk met een budget van meer dan 15 miljoen euro, nemen samen 69% van de totale doelbestedingen voor hun rekening.

Dat betekent in de praktijk dat een klein aantal vermogensfondsen een zeer groot deel van de beschikbare middelen verdeelt. Voor organisaties die fondsen aanschrijven is het daarom waardevol om te weten welke fondsen op hun terrein actief zijn, en gericht te investeren in die relaties.

Vermogensfondsen besteden relatief veel op terreinen waar historisch vermogen of langdurige institutionele steun traditioneel belangrijk is, zoals onderwijs en onderzoek, en cultuur. Sport en recreatie is bijna volledig afhankelijk van fondsenwervende organisaties, terwijl vermogensfondsen juist een stabielere, vermogensgedreven bijdrage leveren binnen religie en levensbeschouwing, cultuur en maatschappelijke en sociale doelen.

Hoe vermogensfondsen financieren: van projectmatig tot vrij besteedbaar

Voor organisaties die een aanvraag doen bij een vermogensfonds is het relevant om te weten hoe fondsen hun middelen inzetten. Het rapport onderscheidt drie financieringsmethoden.

Projectmatige financiering is gebonden aan specifieke projecten, met voorwaarden over besteding en tijdsbestek. Dit is veruit de meest gebruikte methode, goed voor 60% van het totale budget.

Kernfinanciering is bedoeld om te investeren in organisatorische of operationele uitgaven, zoals personeel en faciliteiten. Deze methode vertegenwoordigt 14% van de bestedingen.

Vrij besteedbare financiering wordt verstrekt zonder expliciete voorwaarden over hoe het geld besteed moet worden. Dit past bij financieringsfilosofieën als trust-based philanthropy. Slechts 9% van het budget wordt hieraan besteed.

Het is voor fondsenwervende stichtingen en verenigingen goed om te weten dat projectmatige financiering dominant is. Dat betekent dat een helder projectplan met concrete doelen en een duidelijk tijdsbestek in de meeste gevallen de basis vormt voor een succesvolle aanvraag. Tegelijkertijd groeit de ruimte voor vrij besteedbare financiering, wat kansen biedt voor organisaties die juist flexibiliteit nodig hebben.

Nalatenschappen: een groeiende en steeds belangrijkere inkomstenbron

Een van de meest in het oog springende ontwikkelingen is de groei van inkomsten uit nalatenschappen. In 2024 ontvingen goededoelenorganisaties minimaal 512 miljoen euro aan inkomsten uit nalatenschappen. Dit bedrag vormt een ondergrens, omdat niet alle organisaties rapporteren aan het CBF. Sinds 2022 is er sprake van een zeer sterke toename. Het rapport spreekt zelfs van een „gouden eeuw van de filantropie” als het gaat om nalatenschappen.

De verklaring ligt voor een belangrijk deel in demografische ontwikkelingen. De babyboomgeneratie, geboren tussen 1945 en 1960, is de meest welvarende generatie in de Nederlandse geschiedenis. De komende dertig jaar zullen zij hun vermogen overdragen aan de volgende generatie. Daarbij neemt het aantal kinderloze en vermogende ouderen dat komt te overlijden toe. Nalatenschappen aan goededoelenorganisaties komen vrijwel uitsluitend van mensen zonder kinderen, en de komende jaren groeit die groep.

In combinatie met vergrijzing, de toename van het aantal alleenstaanden en de stijgende levensverwachting voorspellen deze demografische trends dat zowel het aantal nalatenschappen als de gemiddelde waarde ervan zal toenemen. Inkomsten uit nalatenschappen kunnen wel van jaar tot jaar fluctueren door wisselende sterftecijfers en worden sterk beïnvloed door een klein aantal grote nalatenschappen. Ook de economische conjunctuur speelt een rol. Maar ondanks die schommelingen is de langetermijntrend duidelijk opwaarts.

Bedrijfsleven: herstel na een dip, met een bijzondere rol voor familiebedrijven

Het bedrijfsleven droeg in 2024 naar schatting 3,3 miljard euro bij aan goededoelenorganisaties, in de vorm van giften of sponsoring. Het aandeel bedrijven dat bijdraagt is in 2024 toegenomen ten opzichte van 2022, toen dat 39% was. Ondanks die toename ligt de totale betrokkenheid nog altijd aanzienlijk lager dan in de jaren voor 2020, toen 61% van de bedrijven bijdroeg.

Veel bedrijven maken onderscheid tussen sponsoring en giften. Sport en recreatie ontvingen de meeste bijdragen van bedrijven, waarbij sponsoring domineert, terwijl giften de basis vormen voor gezondheidsdoelen. Maar bedrijven dragen niet alleen bij via giften en sponsoring: een aanzienlijk deel geeft de voorkeur aan maatschappelijk verantwoord ondernemen (mvo) als primair instrument voor hun maatschappelijke betrokkenheid.

Binnen het geven van bedrijven is een bijzondere rol weggelegd voor familiebedrijven. Zij geven vaker dan andere bedrijven geld, goederen en tijd aan maatschappelijke initiatieven, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat. De giften van familiebedrijven zijn toegenomen sinds 2014, terwijl de giften van andere bedrijven sinds 2008 juist afnemen. Familiebedrijven besteden wel minder aan sponsoring dan andere bedrijven. De betrokkenheid van de familie en het aantal terreinen waarop familiebedrijven sponsoren is hoger bij bedrijven die al meerdere generaties in handen van de familie zijn.

Loterijen: 635 miljoen euro, vooral voor maatschappelijke doelen

In 2024 droegen zeven landgebonden loterijen 635 miljoen euro bij aan goededoelenorganisaties. De meeste loterijafdrachten kwamen terecht bij organisaties op het terrein van maatschappelijke en sociale doelen, internationale hulp en cultuur.

Bijna de helft van de Nederlandse huishoudens speelt mee met een of meer loterijen. Het merendeel speelt mee voor de geldprijs en om goededoelenorganisaties te ondersteunen. Huishoudens die meespelen met loterijen geven bovendien vaker aan goededoelenorganisaties dan huishoudens die niet meespelen. Loterijen vormen daarmee niet alleen een directe inkomstenbron, maar stimuleren ook breder geefgedrag.

Jongeren: minder geld, maar meer vrijwillige inzet

De jongste generatie Nederlanders is een belangrijke groep als we kijken naar de toekomst van maatschappelijke betrokkenheid. Jongeren van 17 tot 27 jaar geven in 2024 minder vaak geld aan goededoelenorganisaties dan dezelfde leeftijdsgroep in 2003. Het totaalbedrag aan giften van jongeren is in die periode echter niet veranderd. Tegelijkertijd doen jongeren uit generatie Z in 2024 vaker vrijwilligerswerk dan dezelfde leeftijdsgroep in 2003.

Het financiële geefgedrag van jongere generaties ligt lager dan dat van oudere generaties. Omdat jongere generaties gemiddeld lagere bedragen doneren en zij langzaam de oudere generaties vervangen, neemt het totaalbedrag aan giften van de Nederlandse bevolking af.

De context speelt hierbij mee. Het dagelijks leven is de afgelopen twintig jaar een stuk duurder geworden, en voor de jongste generatie is het kopen van een eigen huis veel moeilijker geworden. Onderzoek van State of Youth NL (2025) geeft aan dat 81% van de huidige jongeren zich zorgen maakt over hun financiën en 64% aangeeft weleens moeite te hebben om rond te komen.

Daar staat tegenover dat jongeren uit generatie Z in 2024 vaker vrijwilligerswerk doen dan dezelfde leeftijdsgroep in 2003. De bereidheid om tijd en energie te geven is er dus wel, maar de vorm verandert.

Vrijwilligerswerk verschuift van vast naar incidenteel

Van de mensen die meededen aan dit onderzoek was 77% in de twaalf maanden voorafgaand aan het onderzoek op enig moment op een manier als vrijwilliger actief. Zo verrichtte 45% vrijwilligerswerk voor een maatschappelijke organisatie, zette 64% zich vrijwillig in voor het eigen netwerk, was 26% actief voor de lokale gemeenschap en was 19% actief op een onlineplatform.

Een opvallende verschuiving: voor het eerst is de groep die af en toe vrijwilligerswerk doet groter dan de groep die dat wekelijks doet. Episodisch of incidenteel vrijwilligerswerk is een belangrijk onderdeel geworden van vrijwilligerswerk in Nederland. Voor stichtingen en verenigingen die werken met vrijwilligers, vraagt dit om een andere benadering. Flexibele inzetmogelijkheden en korte, afgebakende taken sluiten beter aan bij hoe mensen zich tegenwoordig willen inzetten.

Conclusie: een geeflandschap in beweging

De cijfers uit Geven in Nederland 2026 laten zien dat het Nederlandse geeflandschap volop in beweging is. Nalatenschappen groeien fors dankzij demografische verschuivingen. Vermogensfondsen laten een sterke concentratie zien waarbij een klein aantal fondsen een groot deel van de bestedingen voor hun rekening neemt. Het bedrijfsleven herstelt langzaam na een dip rondom 2020. Ondertussen verschuift het vrijwilligerswerk van vaste naar meer incidentele inzet, en doneert de jongere generatie minder geld maar zet zich wel vaker vrijwillig in.

Al deze ontwikkelingen raken de terreinen die het hart vormen van maatschappelijk Nederland: maatschappelijke en sociale doelen, internationale hulp, gezondheid, cultuur en onderwijs. Het zijn trends om in de gaten te houden voor iedereen die actief is in de wereld van fondsenwerving en filantropie.

Dit artikel is gebaseerd op het rapport Geven in Nederland 2026.